3 augustus

Na zeven maanden en twee dagen dromen was het dan zover: na een emotioneel afscheid kozen we voor de vrijheid. In het station stonden onze fietsen opeens naakt: ze mochten niet beladen op de ijzeren weg richting Verviers. We ontmoetten gelukkig twee kruiers die een handje toestaken. Eens in Verviers namen we de lift die onze bagage veilig en wel naar boven bracht. Een lokale man stuurde ons in de goede richting. De eerste helling werd ons voor de wielen geschoven maar we verteerden ze goed. In Jalhay maakten we voor het eerst kennis met de route.
Nabij Spa hoorden we het huilen van de motoren van Lister Storns, Vipers en Lamborghini's die aan de 24h van Spa - Francorchamps bezig waren. Ook wij zagen af: 5 km klimmen. Nadien volgde een kilometerslange afdaling tot aan de camping in Rahier (deelgemeente van Stoumont). De kilometerteller wees 52 km aan, niet slecht voor een halve dag fietsen.

4 augustus

Om wat gewicht te verliezen in de zakken en die om te zetten in energie voor de spieren, aten we muesli met melk : vet, noten, vezels,… Bijna een uur later dan voorzien (8:50) vertrokken we voor de eerste volle dag. Dankzij de oriëntatieproblemen, en het feit dat de camping 2 km van de rode reisweg ligt, maakten we een trip om aan extra sightseeing te doen (lees: we vonden de weg niet meer). Helaas stootten we daarbij op een heuvel met bergallures. Een kwartet haarspeldbochten sierden haar westelijke flank. Via die weg belanden we terug op onze reisroute. Voor de aandachtige kijker : in Froidville (eveneens een deel gemeente van Stoumont) staat een waterbak, maar pas op : 1 keer springen en ze is leeg. Na een paar kilometers volgt de beloning : evenveel kilometers bergaf tot je in het bos rijdt. Na het kruispunt maken we even tijd voor een banaan. In Lierneux treffen we op een zonnige zondagmorgen een contact-gb aan. Net voor Cetteru (deelgemeente van Houffalize) een kuitenbijter : serieus bergop. In Boeur (eveneens deel gemeente van Houffalize)begeeft de voorpakdrager het rechts aan de wielas. Gelukkig was een vriendelijke man was zo goed om ons te helpen.
Nabij Oberwampach staken we de grens over, geflankeerd door goudkleurige tarwevelden. Daarna volgde een steile afdaling tot 15%. Let op voor slippen, en dus ook voor je vinger bij het fotograferen...;)
Eventjes verder nam een prachtig aangelegd fietspad, voorzien van de nodige bruggen en tunnel ons mee, doorheen tal van campings, naar Wiltz. Daar gaat het nog eventjes bergop naar de camping. We nemen er nog een verkwikkend stortbad en vallen er na het avondeten en bijhorende afwas als een blok in slaap.

5 augustus

Deze morgen konden we een half uurtje vroeger vertrekken, onder belangstelling van een handvol Hollandse campingplakkers (eufemisme voor mensen die hun vakantie op één en dezelfde plaats blijven staan, zonder dat wij daar minachting voor hebben natuurlijk). Op ons ontbijt stond een 7 km-lange klim te wachten, wat ons dan ook meteen voor de wielen werd geschoven. Zonder veel problemen overwonnen we de hindernis. De beloning was groot : een afdaling met haarspeldbochten, enkele km's lang. Op die manier kwamen we in het vlakkere dal van de Sûre. De wegomleiding stond ons niet in de weg. We reden gewoon rechtdoor tot aan de werken. Daar stapten we af en tuften, met de fiets aan de hand, een halve kilometer naar boven.
Na het middageten (waar we de foto hierboven gemaakt hebben) ging het minder vlot : een onduidelijke bewegwijzering deed ons een uur verliezen. Na een groep sportieve Hollandse veteranen vier keer te hebben gekruist zonder dat zij een stap verzet hadden, viel het ons op dat we verkeerd bezig waren. Uiteindelijk kozen we voor de grote, drukke weg die ons in ijltempo op het rechte pad zette. In Mersch vonden we eindelijk wat we zochten : een "umbraco" van 3 mm. De fietsenhersteller verderop zette het rekje weer vast, de spanbandjes doen nu ook hun dienst. In Steinsel vreesden we dat we een ommetje moesten maken omdat de brug over de Alzette vernieuwd werd. Wat niet mocht deden we toch : we namen het voetgangersbruggetje eventjes verderop. We naderden Luxembourg. Er was steeds meer bebouwing. De Pont Grand Duchesse Charlotte verwelkomde ons in de hoofdstad.
Onder de Bockrots parkeerden we de tweewielers om de restanten van de indrukwekkende versterking van dichter te bekijken. Tijd ook voor wat foto's. Terwijl Björn postkaartjes ging zoeken, zorgde Jan voor de fietsen. Een goed berijdbaar fietspad van 10 km, dat de Alzette volgde, leidde ons naar de camping in Alzingen. Een Canadese familie begeleidde ons naar de camping. Het was er vrij recent aangelegd en goed onderhouden.

6 augustus

Het om-de-15-minuten-lawaaierige klokkenspel van Alzingen wekte ons om 0630. Na we toch allebei wakker waren konden we zowel maar inpakken en wegwezen. Het gebrek aan melk voor de muesli deed ons nog een tussenstop maken. Een golvend landschap lachte ons toe. De keuze lag aan ons: 133 km of in het wild kamperen. Vele klimmen en afdalingen wisselden elkaar snel af, wat dan ook in de benen bleef plakken. Het landschap verloor haar hoogste toppen, maar de hellingen niet. Opvallend was ook dat het graan wel al rijp was voor de oogst, in Luxemburg niet. Om 0940 was het dan zover: Frankrijk werd ons nieuw gastland voor de komende twee weken.
De zon toonde zich van haar beste kant. De koeltorens in de verte maakten wolken die ons even later voor de rest van de dag schijnbaar in de schaduw plaatsten. Rond de middag benutten we ons eerste Franse brood lekker met boursin en perensiroop van thuis. De kilometers volgende elkaar in een hoog tempo op. Eindelijk was het dan zover: de Kinkhoorn (waar Björn zijn vakantiejob had gedaan) had geld gestort zodat hij kon afhalen. Wij voelden ons al meer op ons gemak natuurlijk. We passeerden vele, vele grensposten (insider). Opeens beseften we dat het kon: kamperen. Na 133 km settelden we ons op een onbewaakte camping. Je moet er enkel betalen als de baas langs komt. Dat deed hij 's avonds toen we ons avond eten onder het afdak van de sanitaire voorzieningen aan het bereiden waren.

7 augustus

Rustig dagje vandaag, tot nu toe de kortste. We stonden later dan gewoonlijk op vandaag: 7.30. Na wat aanwijzingen en een gesprek met een Nederlands koppel, kregen we wat aanwijzingen over hoe zij de reis aanvatten. Tussen Berage en Hoéville werd ons een 4 km lange klim voorgeschoteld, een hels ontbijt.
Eens boven leek alles niet voor niks geweest. Een prachtig panorama ontvouwde zich aan onze voeten. Op een hoogte van 322m deden we ons te goed aan een onrijpe kolf maïs. We ontspanden eventjes op het kunstmatige bergje met bijhorende panoramatoelichting.
Tot aan Lunéville waren de dorpjes luguber leeg. Zo te gebruiken voor een Funès- film. We stormden even later de stad binnen, enkel opgehouden door brood en fijne vleeswaren, die geen kwartier meer te bestaan hadden. Na het middagmaal passeerden we Heremenil. Daar waren blijkbaar al heel wat fietsers verkeerd gereden, door een onnauwkeurigheid in de reisbeschrijving. Een plaatselijke man toonde ons de goede weg, en blijkbaar was het niet de eerste keer. In tegenstelling tot de voormiddag, was het weer 's middags prachtig. We genoten met volle teugen in de zon in een weid. De middeleeuwse kerk met dungeon was op deze dag gesloten. De steile klim naar St.-Germain deed ons voor de laatste keer die dag het zweet uitbreken. Een eentonige kaarsrechte weg voerde ons naar Charmes. We waren er al vroeg, wat het ons mogelijk maakte om in de plaatselijke supermarkt op ons gemak wat boodschappen te doen. We stelden ons tentje op op een steenworp van de Moezel.

8 augustus

We stonden op met de mist rond ons hoofd. De zon had alle moeite van de wereld nodig om ons van die laaghangende bewolking te bevrijden. Dat lukte haar pas in de loop van de voormiddag. Ondertussen hadden we al een paar franse chansons uit de kast gehaald en de koeien van ons zangtalent laten genieten. Dat alles terwijl we al enkele kleine klimmetjes bedwongen, niet meer te vergelijken echter met die uit de Ardennen. Bij sommige hellingen is een goede remtechniek nodig op de velgen niet te warm te laten worden. Voor de middag bereikten we de waterscheidingslijn tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Vanaf daar begon het flirten met de Saône, onze gids voor de rest van de dag.
Blunder van de dag (1-1 nu): ik zag een wolf onder een brugje staan de remmen gingen direct dicht, maar eventjes later bleek het vermeende roofdier een herbivoor te zijn, een ezel. Eventjes verder wensten we elkaar proficiat: de kaap van de 500 km was overschreden. Het oversteken van het bruggetje symboliseerde dat.
Het middagmaal smaakte ons heerlijk met onze toote in de zon. Na een 3 km lange klim volgde een heerlijk lange lange lange afdaling. Kortom: een zonnige, aangename fietsdag.

9 augustus

Bij het ontwaken hoopten we nog dat we opnieuw een prachtige zomerdag tegemoet zouden rijden. Niets bleek minder waar: na 10km brak de hel los. Een plaatselijke wielrenner wees ons erop dat het nog drie dagen zou miezeren. In een schuilplaats schoten we ons van de nodige regenkledij aan. Ze ging niet meer afging tot in de late middag. Voorzien van proviand reden we in de gutsende regen 15 km naar Gy, waar het plaatselijk bushokje ons de nodige bescherming bood. Eigenlijk niet nodig, want op dat moment regende het niet meer. Na de middag begon de regen opnieuw. Toen we ons voorzagen van het tweede deel van ons middagmaal, sneed een vriendelijk bakkerin het stokbrood in tweeën, zodat het wat makkelijker te vervoeren was. Dat tweede deel aten we eveneens op in een bushokje, dat deze keer enkele keren voorbij gewandeld werd door een plaatselijke schone, de secretaresse van de burgemeester. Heel erg opvallend is het feit dat vrouwelijke scooterberijdsters spontaan claxonneren. Voor wie doen ze dat? 's Avonds kwam de zon er weer door, waardoor we nog iets konden drogen. Niet veel echter, want al vlug leidde een fikse regenbui de nacht in.

10 augustus

's Nachts regende het weer verschrikkelijk. Zo erg dat we allebei op moesten om een pit-stop te maken. Jan deed het tegen de struiken van de buren, ik ben wat beschaafder en verkoos het plaatselijke sanitair boven de haag. Tijdens mijn nachtelijk wandeling kwam ik echter twee lieve Duitse schapers tegen van een al even Duitse overbuur. De lieverdjes kwamen wat dichterbij, maar het baasje riep zijn wakertjes op tijd naar binnen. Bij het opstaan hoorden we nog steeds het kletteren van de regen op de tent. Binnen brachten we van alles in orde, zodra een bui over was haasten we ons om alles zo droog mogelijk op de fietsen te krijgen. Goed en wel vertrokken, begon het circus opnieuw en hield niet op tot in de late middag. Graan en maïs ruimden stilaan plaats voor wijnranken en hier en daar wat zonnebloemen, die vandaag vergeefs de zonnewarmte opzochten. In Poligny kochten we ons elk een stokbrood in vorm en grootte gelijk aan een gewoon brood. Eventjes verder speelden we elk ons part zonder veel moeite binnen. Na het eten begon de regen opnieuw, terwijl we de 4000 meter lange klim naar het hoogste punt van de reis reden. We bereikten 600 meter. Daarna werd alles vlakker op het achterliggende Jura-plateau. In het plateau was er een 'cirque', Cirque de Lodoye, een fantastisch geografisch fenomeen, voorzien van dito uitleg: trechtervormig keteldal. Voor het eerst gingen we samen op de foto.Wolken stegen op uit het dal. Plotse zonnestralen bezorgden ons een bananenpauze. We hadden eventjes het lef om de regenbroek uit te spelen. Op de top van een col ontmoeten we enkele Nederlanders. We waren al enkele minuutjes mopjes over hen aan het maken toen we merkten dat ze ons (West- Vlaamse dialect) misschien wel konden begrepen hebben. Blunder dus... Enkele ogenblikken later bekloegen we al dat we de regenkledij uitgespeeld hadden. We kregen opnieuw koud aan de kuiten en een verse regenbui op onze nek. Deze bui deed ons besluiten om een van de eerste campings op te zoeken. Dit werd dus één van de kortste ritten, maar dat is te wijten aan de regen en de lange klim. Het weer kan morgen alleen maar beter zijn, zoals een vriendelijke bakkerin wist te vertellen. De tijd die zo vrij kwam besteedden we aan shoppen in het plaastelijk casino en eventjes later ook in de souvenirwinkeltjes, net zo lang onze kleren droog genoeg waren. Toen begon het regenen opnieuw. Dikke trui en lange broek behoorden tot onze basisuitrusting. Na eventjes de krant te hebben doorbladerd propte Jan enkele bladzijden in zijn sportschoenen, in de hoop de volgende dag een droog paar te kunnen aantrekken.

11 augustus

De hele nacht bleef het droog, maar rond 7u00 begon het opnieuw: de regen. Ontbijt op bed dan maar. Omdat het zondag was vandaag namen we onze voorzorgen en kochten we in de bakkerij een brood van 900 g. Intussen informeerden we ook naar het weer: wisselvallig. Dat bleek verkeerd: we bleven vergeefs wachten op opklaringen. Het bleef regenen. De eerste lange klim van de dag voerde ons naar het meer van Onoz. Het is een schoolvoorbeeld van hoe een meer dichtslibt en door het land wordt ingenomen, voor ons het ideale moment om de klim wat te verteren. We passeerden een kudde herkauwende vierpoters. Het leverde een beeld op dat we thuis zelden of nooit te zien krijgen.
Enkele kilometer verder was het dan zover: Lac van Vauglans. We haddan er dagen naar uit gekeken. Het zicht werd ons helaas een beetje ontnomen door de laaghangende wolken en de motregen. Eventjes verder passeerden we de barage (stuwdam): indrukwekkend.
De afdaling die volgde was bitterkoud en de regen bleef maar gutsen. Rillend en bevend aten we het grote brood op in een bushokje. Ondertussen verzoop mijn kilometriek, zodat de exacte afstand van de dagrit ons niet bekend is. 's Middags passeerden we dé brug over de Ain.
Een vriendelijk man uit Lyon vertelde ons dat de Fransen plannen koesterden om een TGV - verbinding aan te leggen tussen Lyon en Genève. Daarvoor zou de brug afgebroken moeten worden en vervangen door een breder en veel steviger exemplaar. Gelukkig stopte het toen eventjes met regeren, zodat we het dal van de Ain konden bewonderen in haar volle glorie.
We volgden de stroom een tijdje in haar dal tussen de bergen. Eens uit het dal van de Ain reden we op een lichtgolvend plateau. Onderweg zagen we een wedstrijd onder "zondagsrijders". Het opzet van dit alles was een zo recht mogelijk spoor ploegen.
Tot tweemaal toe zochten we vergeefs naar een camping, vandaar dat we in het stuikgewas van Blyes wildkampeerden.

12 augustus

We waren al vroeg wakker om zo snel mogelijk van de plaats van het wildkamperen weg te zijn. 615 opgestaan. Tot onze grote ontgoocheling was de "epicerie" in Blyes nog niet open. Ontbijt vonden we in Loyette, net voor de Rhône. Net over de rivier, op een stuk oude weg aten we, in het zicht van plaatselijke automobilisten elk ons pain van 400g op. Het begon opnieuw te druppelen, maar het bleef gelukkig bij miezeren. Door een foutje in de wegbeschrijving dwaalden we eventjes af. Een man hield ons tegen en vertelde ons waar we heen moesten rijden. Na de inkoop voor de middag begon de zon eindelijk door te breken. Een man begon ons spontaan aan te moedigen. Een groep Hollanders volgde zijn voorbeeld enkele ogenblikken later. Ze stonden klaar om ook een stukje van de route af te leggen. Toen de zon echt begon door te breken, beslisten we om toch maar iets te drogen te leggen. Na enkele korte klimmetjes passeerden we via een meertjescomplex, een afdaling. Het zicht was fantastisch.
Tijd voor een wortelpauze. Onder ons zagen we een vroeger gletsjerdal. Met een razende vaart donderen we naar beneden. Het vroegere gletsjerdal konden we dankzij het reliëf en de wind zonder trappen oversteken. Ook de zon was van de partij. Daarna hadden we iets meer moeite met een klim van 8 km. Boven kochten we een brood van 1100g. Tot onze verwondering vonden we een ecomarché net over de camping. 's Avonds was er nog tijd voor een belletje naar huis. Twee giecheltrienen leken wat interesse te hebben in Jan.

13 augustus

Voor de eerste keer wat cultuur, zo heeft ook de geestelijke kant later iets om over na te mijmeren. In Hautrivesbezochten we "Le Palais Ideale", een hersenspinsel van de beroemdste postbode ooit, facteur Cheval. Deze culturele uitstap zorgde er voor dat we pas om 11 uur konden vertrekken. In het eerste uur reden we verschillende kleine klimmetjes. Die bezorgden ons fantastische panorama's net voor en in Bathernay. Daarna volgde een heerlijk lange afdaling tot aan de 1000 km, waar we eventjes verder de schaduw opzochten om ons middagmaal op te eten. In een poging om heel opvallend mijn net gewassen appel af te drogen, liet ik het stuk fruit uit mijn handen glippen.
De mistral was onze metgezel vandaag, hij hielp ons. In Romans - sur - Isère aten we voor de ingang van de Lidl onze net gekochte yoghurt op. Een stop later, in Bourg - de - Peage, wilde Björn een optiek een brilzakje kopen en de verkoopster zei tot zijn grote verbazing: "je le donne". Terwijl we genoten van de vele mooie mensen in de stad reden we die weer uit in de vlakte naar Chabeuil, een blijkbaar oud en heel pittoresk stad/dorpje.
Nadien heel veel op en af richting Crest waar we nu op 3 km van kamperen. Een jonge mountainbikester was onze gids. Nadeel van deze camping: je man niet het gratis zwambad met een short. Op de camping zelf word je begeleid door een motorfietsje naar je plaats. Net voor we Crest binnen reden stak een toeterende Mercedes Cabrio ons voorbij: een Belg die ons herkende aan ons vlaggetje...

14 augustus

Toen we ontwaakten zagen we voor het eerst deze reis een compleet heldere hemel. De zon begon al vroeg warmte te geven. Dat leverde tijdens de eerste beklimming prachtige zichten op. We laveerden tussen hoge bergen richting top. Tijdens de afdaling zagen we achter ons een prachtig berglandschap zo mooi dat we een paar keer stopten. Op weg naar de volgende beklimming kwamen we voor de derde opeenvolgende dag een zelfde groep Hollanders tegen. Ze veerden allen op om ons te begroeten. In een dorpje kochten we twee broden van elk 400 g, te weinig bleek later. Na het eten begon de hel opnieuw onder een broeiende middagzon. Deze tweede klim was geen lachertje. Het zweet brak ons uit, ons hart ging hard te keer, het bloed stroomde naar de kuiten. Op de top moesten we een stukje hoger, maar de afdaling was magnifiek. Rechte, steile stukken naar beneden leverden ons de hoogte snelheden op van de hele reis. Onderaan de afdaling vonden we een lavendelveld, maar de lavendel was al geoogst. Toch had de boer enkele stukjes vergeten. Gewapend met een schaar sneden we enkele takjes af. Verderop vonden we verfrissing bij een plaatselijk fonteintje, in het midden van een Middeleeuws stadje. Een andere verfrissing vonden we een tiental kilometer verder: een spuitinstallatie die ietwat verkeerd ingesteld stond maakte ons nat. Bjôrn had op het einde van de dag er voor de eerste keer last van: zadelpijn. Op de camping hier in Orange ontmoetten we Nigel, een vriendelijke Welshman die de Pyreneeën met 28 cols had overwonnen en de Mont Ventoux. De grond op de camping is er steenhard, geen schaduw en ook geen warm water. We hebben er voor de eerste keer de was gedaan.

15 augustus

De dag kondigde zich weeral heet aan: weeral geen wolkje aan de lucht. We hadden vooraf afgesproken dat we maar 30 km zouden doen, dus konden we in de voormiddag Orange verkennen. Eerste tegenslag op deze 13de dag van de reis: 15 augustus is een feestdag. Tweede tegenslag: bureau van toerisme gesloten vandaag. Eerder hadden we ook al een derde tegenslag: €20.20 voor 1 nacht betalen. We waagden ons dan maar op de plaatselijke markt waar we van alles bekeken. Een kraampje met horloges trok onze aandacht. Björn kocht een blauwtje. Na onze fietsen te hebben weg geplaatst waagden we ons voor een tweede keer op de markt, op zoek naar zakjes lavendel en covers. Opeens zagen we iets ongelofelijks: 20 boterkoeken voor een prikje. Op weg naar de camping passeerden we ook een mini-arc de triomphe. De weg zelf was heel makkelijk te vinden: zoek de slechtste weg. Ons middagmaal, elk 10 boterkoeken verorberden we in de schaduw van een boom, links de TGV, rechts de snelweg. Een vrolijke fransman riep ons vanuit zijn wagen: "Bon Apetit".
Na de maaltijd waagden we ons aan een korte siësta, maar toen moesten we weer verder. De broeierige hitte kwam ons tegemoet. In enkele dorpjes zochten we vergeefs naar drank, vierde tegenslag. Opeens hield een gendarme ons tegen. "Le route est barré, il y a un toraux". Zijn collega was gewapend met een tweeloop. Een alternatieve weg zoeken was dus de boodschap. In het dorpje waar we opnieuw op het rechte pad kwamen riepen enkele feestvierders ons toe "Ou allez vous?" We stopten niet en reden door in het helse weer. Eens op de camping vonden we niet direct het goede plaatsje, waardoor we ons dan maar installeerden op een ander stukje. Eens de tent was opgezet namen we een frisse duik. Na nagenietend van de verfrissing sprongen we op de fiets richting Avignon, op zoek naar 'Le pont…."
We fietsten het oude stadsgedeelte binnen en klopten aan bij het bureau van toerisme. Daar kregen we een stadsplan, maar daaruit was niet veel op te maken. Ook de stad zelf was weinig aantrekkelijk. Vergeefs zochten we een gezellig restaurantje, maar veel was gesloten. We kochten dan maar een mega pizza bij een onvriendelijke pizzaman. We aten ze op , in een nabij gelegen parkje. De restjes namen we mee naar de camping. Maar eerst passeerden we nog langs de rechteroever van de Rhône, om de stad van verder te bekijken. We namen enkele leuke foto's. Eens op de camping begonnen we dit dagboek, maar dat werd verstoord door bellen naar het thuisfront. Björn had iets speciaals te vieren die dag...

16 augustus

Eindelijk was het zover: dit zou de laatste rijdag naar de Middellandse Zee moeten worden. We besloten vroeg te vertrekken, om de middaghitte nog voor te zijn. De resten van de pizza werden ons eerste ontbijt, later volgde nog een baguette voor elk. We waagden ons voor de tweede keer in Avignon. Ook deze keer was het een heksenketel van auto's, verkeersborden en stoplichten. Eens we het drukke verkeer ontvlucht waren ontbeten we voor de tweede keer. Op een achterliggend veldje was net iemand zijn land aan het besproeien. Gezonde lucht moet er ver te zoeken geweest zijn. We reden in ijltempo naar Arles, waar we in het midden van de Provence ons middagmaal kochten. We aten het op in het begin van de Camargue. De rest van de rit was slopend: de zon brandde hevig en de wegen waren lang, kaarsrecht en zonder schaduw.

Links en rechts van de weg werd rijst en tomaten geteeld. De inkopen voor het laatste deel gebeurden in St.-Gilles, waar we ter plaatse elk twee yoghurtjes naar binnen werkten en een banaan, net iets te veel van het goede. Alsof het nog niet warm genoeg was, stak een plaatselijke tomatenboer de gracht in brand, om zo makkelijker de gracht te kunnen onderhouden. Passeren zonder zelf in brand te vliegen was waarschijnlijk onmogelijk. Wachten in de verzengende hitte was de boodschap. Na een korte pauze was het grootste vuur geweken en konden we door een gordijn van rook onze weg verder zetten. Ongeveer 15 km verder wachtte ons een leuke verrassing: een veerboot bracht ons naar de ander kant van la petite Rhône. Vanaf toen lag voor ons de weg breed open naar Sts Maries de la Mer. Het voormalig vissersdorpje baadde in een stralende zon.

Onze tocht naar de zee eindigde bij het bureau van toerisme. Daar vroegen we uitleg over de plaatselijke campings. Jan probeerde in zijn beste Frans een sticker te bemachtigen, maar ze begrepen hem niet. Eens op de camping zochten we naar een geschikt plaatsje. Dat vonden we tussen een aantal lawaaierige franse jongeren, ons besluit stond vast: 1 nacht en niet meer. Met veel moeite kregen we de piketten half en half in de grond. Na dit lastige werkje, wenkte de Middellandse Zee. Na een frisse duik en het eten werd het langzaam maar zeker donker. Na een telefoontje naar huis besloten we nog eens naar het strand te gaan. De maan was op haar mooist. Björn besloot om dat beeld later nog eens (met het aangepaste gezelschap) te aanschouwen. Op de terugweg hielden we nog eventjes halt bij de jeux de boulle. Daarna vertrokken we naar Dromenland.

17 augustus

Voor het eerst sinds lang stonden we op met een aantal wolkjes, maar de hemel was nog altijd even blauw. Na alles te hebben ingepakt, zetten we koers richting strand. Daar namen we ons ontbijt op de rotsblokken voor het strand. Nog twee opdrachten: zand en symbool. We zochten vergeefs naar het regenboogmannetje in talrijke in talrijke soevenirswinkeltjes. Daar werden we verwezen naar de "Bijouterie Sarah". Een vriendelijke verkoopster verkocht ons daar twee zilveren mannetjes (symbole gitan):


"L'homme qui porte l' Arc -en - ciel,

protège des mauvais sorts et apporte

du bonheur à celui qui le porte."


Opdracht twee volgde snel: strandzand van Stes Maries. Een zakje was voldoende.

Eens weg uit het dorp arriveerden we al snel weer bij de veerpont. De acht kilometer die volgden werden we niet ingehaald door een wagen, al hadden we het wel moeilijk op het einde. Een drukke weg voerde ons naar Le Grau du Roi. Het was er zo druk dat we rechts een lange file wagens lachend voorbij staken. In het bureau van toerisme raadden ze ons een drietal campings aan, waarvan de middelste kozen. Eens op de camping verorberden we ons middagmaal: een stokbrood van 1 kg was net genoeg. In de middag vertrokken we richting zee. Het water was heerlijk. Eén van ons vatte slaap. Logisch na zo'n vermoeiende reis. Toen we bij de fietsen kwamen was het minder heerlijk: de beide zadels waren verdwenen. Er stonden nog duidelijke voetsporen bij. In plaats van eten te halen, werd het een speurtocht naar een nieuw zadel met zadelpen. Met rode kaken reden we door de stad. In de fietswinkel werden we snel bediend. Nadien reden we naar de supermarkt, waar we voor het eerst ook de zadels vastlegden. Voor de eerste keer deze reis konden we eens wat meer dan basisvoedsel kopen. Terwijl we dit aan het schrijven zijn krijgen we steeds meer honger. We aten daarna nog onze buik rond en vielen al pratend in slaap.

18 augustus

Voor de eerste keer deze reis namen we 's morgens een douche. De doos cornflakes met rijst en een vol karton melk waren vlug weg. Onze tanden poetsten we eventjes later. Jan wou de lichten aanmaken, maar drukte daarvoor op een contactdoos. Blunder van de dag. Na een korte sightseeing in het plaatselijke stadje (lees: hopeloos te verdwalen) gingen we op zoek naar een camping dichter bij Sète. Dat bleek niet zo eenvoudig. Vele campings waren vol of waren heel erg duur. We bleven bij de kust en zagen massa 's zonnekloppers en flamingo 's. Toen we eindelijk een goede camping hadden gevonden, bleek deze vol. Het bureau van toerisme van Frontignan - plage belde voor ons rond en vond plaats op een kleine knusse camping bij twee oudjes aan het strand.

Jammer dat de bewolking kwam opzetten, anders was het ongetwijfeld een mooie dag geweest. Om er zelf nog een mooie dag van te maken kraakten we een flesje wijn. Ik dronk uit een geïmproviseerd glas, een gedecoupeerde waterfles, bij gebrek aan een beker. De rest van de kaas van vanmiddag en een stukje stokbrood moesten er ook aan geloven.

19 augustus

Om 6u30 werden we gewekt door het lawaai van de plaatselijke strandschoonmaakploeg. Een tractor ploegde het strand om, op zoek naar al wat er niet thuis hoorde. We besloten dan maar om op te staan en een ochtend wandeling te maken naar de bakker. Daar kochten we ovenheet vers brood. Na het ontbijt gingen we op zoek naar een Nederlandstalige krant en een telekaart. Enkel het tweede vonden we. We reden door naar Sète, op zoek naar het station. De trein kwam pas vier uur later aan, de overige tijd konden we dus beter benutten op grote inkopen te doen.

Na het middagmaal zochten we de kortste weg naar het station: 20'. Eens in het station mochten we niet op het tgv-perron, waarschijnlijk voor de veiligheid. De berg van Sète bleef voor ons niet onbekend terrein meer. Met meer dan 10 % reden we naar boven. De eerste uitkijkpost aan de westkant van de heuvel bezorgde ons een adembenemend zicht. Ook op de tweede uitkijkpost was het magnifiek mooi. Het toonde ons Sète, maar de opkomende mist speelde ons parten. Na een steile afdaling met waanzinnig hoge snelheden tot gevolg (58) reden we nog eventjes voorbij toeristisch Sète. Een uurtje later lagen we op het strand uit te rusten, even later opgeschrikt door een koude douche. 's Nachts bewonderden we de bijna volle maan in haar glorie boven de zee. Dat bij een stukje stokbrood en een glaasje alcoholische druivensap.

20 augustus

Voor de eerste keer deze reis ontwaakten we voor een tweede keer op dezelfde plaats. Bijna een hele doos muesli en opnieuw een karton melk moesten eraan geloven toen we ontbeten op het strand. Een hond verstoorde onze petit-dejeuner. De rest van de voormiddag werd gevuld door strandzitten, winkelen en kaartjesschrijven. Daarvoor zochten we de kortste weg. Die passeerde langs een bmx- parcourstje waar enkelen het beste van zichzelf gaven. In het terugkeren stapte Björn een kapperszaak binnen waar ik een date met de flikker-kapper versierde. Tijdens de middag begaven beide vuurtjes het. Jan kon amper het hoofd koel houden. De regen hielp een handje. Door de miezerregen reed Bjôrn die middag naar de flikker - kapper die hem de kale schedel bezorgde waar hij al lang naar uitkeek. Dat alles terwijl Jan de hobby van zijn ma imiteerde. De rest van de dag vertoefden we op strand. Na het avondtelefoontje wilden we nog even de volle maan bewonderen. We raakten aan de praat met enkele Franssprekende mede-campingbewoners met bijhorende, onafscheidelijke verrekijker. In Sète zorgde vuurwerk voor wat toeristische verstrooiing.

21 augustus

De dag kondigde zich heet aan. Na het strandontbijt haasten we ons naar de supermarkt om de dagelijkse inkopen te doen en ten volle van de zon te kunnen genieten. Na de eerste sessie zonnebaden aten we maar met weinig smaak. Tijdens de maaltijd kwam de plaatselijke campinggek ons uitnodigen voor een barbecue met de hele camping. We stemden meteen toe. Daarna begon de tweede sessie zonnebaden, afgesloten door het verbrandingsgevaar, zeker op Bjôrns haarloze bolletje. We besloten dan maar te gaan puffen in de tent. Lezen en patience spelen waren aan de orde. Tegen de avond gingen we telefoneren, net voor het feest, dat even later van start ging. De aperitief, muskat, lieten we ons smaken, net als de hapjes. Hot-dogs met worstjes en merquez vormden de maaltijd, bijgestaan door een hamburger. Een stukje kaas met brood en fruit was de afsluiter. Intussen was het donker geworden en werd vuurwerk en een kampvuur aangestoken. Dat alles werd opgefleurd door het ritme van de jambee en van de mitsubishi van de stoere zandrijder (bijgenaamd : de melkbottel). De volle maan keek lachend toe, terwijl het kampvuur uitdoofde en enkele zotten een nachtelijke duik namen om 2330. Zot zijn doet geen pijn, en Jan kan het weten sindsdien.

22 augustus

Na een avondje uit waren we eens niet vroeg wakker. We aten ons brood van de dag ervoor op. Daar het weer niet denderend was en de zonneklkoppen helemaal uitgesloten was, moesten we iets anders gaan doen. We besloten het stadscentrum te verkennen. Daar aangekomen ontdekten we de plaatselijke markt. Daar kochten we enkele kledingstukken en cadeautjes voor het thuisfront. 's Middags hoelden we ons wat bezig in de tent en gingne we naar de cave om Muscat. Helaas vonden we niet die we zochten. Gelukkig werden 's avonds de restjes uitgedronken, waardoor Björn de tijd kreeg om het etiket in zijn Lange Termijn geheugen op te slaan. De plaatselijke "melkbottel" lokte Belgen met een zak chips. Na het avondeten raakten we aan de praat met de plaatselijke jeugd tot in de late uurtjes.

23 augustus

Weinig gedaan vandaag. In de voormiddag doken we, na de gewone boodschappen te hebben gedaan, de Cave van Batlon in. Ook deze keer zochten we vergeefs naar het etiket.We kochten dan maar een andere Muskat. Bij onze terugkeer vertelde de compinggek doodleuk dat hij de Muskat van op de barbecue in de Intermarché had gehaald. De rest van de voormiddag vulden we op het strand. Na de middag zetten we koers richting sète. daar keken we geamuseerd 3,5 uur naar de bootgevechten. De ene strijder viel al wat spectaculairder dan de andere in het natte sop. We besloten de dag met een gesprek met onze franstalige landgenoten en het schrijven van heb dagboek.

24 augustus

Dagboek van deze dag werd nooit gemaakt, hopelijk komt het er ooit wel eens van.
Belangrijkste wapenfeiten van die dag: het halen van de muscat bij de plaatselijke wijnboer.

25 augustus

Nog niet gemaakt, het verslag van die dag komt er ooit wel aan.
Belangrijkste feit van die dag: storm op zee en de leuke activiteiten die daarbij op een strand kunnen gebeuren.

26 augustus

Werd nog steeds niet gemaakt. Komt er hopelijk ooit wel aan.
Belangrijkste feit: de terugreis en het weerzien met het thuisfront.